Op weg naar professionele medezeggenschap

Medezeggenschap als corebusiness

Ik vind het leuk dat u de moeite hebt genomen om de website van OAVM te bezoeken. Misschien hebt u u zelf al getrakteerd op een rondleiding door deze site maar misschien is dit het eerste wat u na de homepage bent tegengekomen. Ik zal mij eerst maar eens voorstellen als bedrijf dat medezeggenschap als core-business heeft maar ook management-gerelateerde onderwerpen niet schuwt.

Mijn naam is Marc Habets en ik ben sinds 1979 werkzaam bij de Sociale Verzekeringsbank. 10 jaar heb ik als medezeggenschapper geparticipeerd in verschillende functies. Als lid van de ondernemingsraad en daarna van de centrale ondernemingsraad (COR) en de commissie HRM heb ik heel wat praktische ervaring opgedaan op het gebied van medezeggenschap. Ook functies in het dagelijkse bestuur van de COR, o.a. als secretaris en als coördinator van de onderdeelcommissie HRM heb ik bekleed.

In die 10 jaar als medezeggenschapper ben ik heel wat wijzer geworden over de organisatie maar vooral over mezelf. Vooral in mijn functie als secretaris heb ik veel opgestoken. Ik kreeg door mijn werkzaamheden binnen de medezeggenschap met allerlei zaken te maken waar ik in mijn ‘normale’ functie geen ervaring in had kunnen opdoen. Ik werd niet volledig vrijgesteld en deed het medezeggenschapswerk er bij. Dit laatste stuitte natuurlijk op nogal wat praktische bezwaren maar ik probeerde zo goed als het ging de feeling met het normale werk te behouden en het contact met mijn collegae niet te verliezen. Dit euvel geldt helaas voor veel medezeggenschappers.

Aan de ene kant zal het enorm worden gewaardeerd dat u participeert in de OR maar aan de andere kant krijgt u met veel zaken te maken die niet allemaal even positief zijn. De vraag of medezeggenschap goed is voor u en voor uw carrière zal vaak door uw hoofd spelen en u zult zaken moet afwegen. Tevens zult u sterk in uw schoenen moeten staan en flexibel moeten zijn.

Veel zaken zijn er bij de medezeggenschap niet geregeld, dus je moet zelf vaak zaken initiëren en regelen. De WOR regelt veel zaken op papier maar in de praktijk is het wel even anders. Ik wist bijvoorbeeld niet hoe ik functioneringsgesprekken moest houden met de ambtelijk secretaris en de administratief medewerkster want ik bekleedde geen managementfunctie in mijn dagelijks werk. Ook had ik bijvoorbeeld geen ervaring met het maken van een jaarverslag of het organiseren van cursussen en medezeggenschapsdagen. Daarnaast werd ook van mij ook nog verlangd dat ik mijn ‘normale’ werk zo goed als mogelijk bleef uitvoeren. Niet elke leidinggevende had begrip voor mijn situatie en zo ontstonden er wel eens vervelende situaties.

Ter illustratie een voorbeeld uit de praktijk:

Op dit moment speelt er weer een zaak van een goede collega van mij. Tijdens zijn jaarlijkse functioneringsgesprek werd hij geconfronteerd met het feit dat hij uitsluitend op zijn ‘normale’ werkzaamheden werd beoordeeld terwijl zijn werk als lid van de OR, de Centrale Ondernemingsraad, als commissie coördinator én als dagelijks bestuurslid helemaal niet aan de orde kwam. Het ontbreken van enig referentiekader werd als reden opgegeven door de leidinggevend. Er waren geen personen die hem van relevante informatie konden voorzien over het functioneren over de persoon in kwestie.

Op het kantoor van de betrokken collega heeft men net een grootscheepse reorganisatie in gang gezet. Bij dit moeizaam verlopen proces heeft de OR een voorname rol gespeeld door te participeren in alle werkgroepen en te zorgen dat alle procedures goed verliepen. Landelijk is de Centrale Ondernemingsraad met een nog omvangrijker proces bezig waar de Centrale Ondernemingsraad inclusief de deelcommissies een belangrijke taak is toebedeeld.

De voorzitter van de Raad van Bestuur maar ook de eigen directeur hebben meerdere malen hun waardering uitgesproken over de inzet van de Medezeggenschap dus daar kan het niet aan liggen.

Zonder al te diep op deze kwestie in te gaan kan men gerust concluderen dat het in ieder geval vreemd is dat een medezeggenschapper in zijn ‘normale’ functie vergeleken wordt met iemand die fulltime in dezelfde functie werkt. Ook is het vreemd dat men geen referentiekader voorhanden heeft om gegevens na te gaan of te verifiëren. Er zijn immers personen genoeg die weten hoe de betreffende collega in zijn functie als medezeggenschapper functioneert.

Het wordt wellicht tijd dat managers eens getraind worden in het omgaan en beoordelen van medewerkers die in de medezeggenschap werkzaam zijn. Medezeggenschap is het uitsterven nabij in sommige bedrijven en als gevolg van dit soort zaken zullen nieuwe OR leden niet in de rij gaan staan. Misschien moet je een OR lid gedurende de tijd dat hij in de OR zit bijvoorbeeld wel vrijstellen van beoordelingssores. Ik vind wel dat zo iemand wel moet openstaan voor een beoordeling op zijn OR werkzaamheden. Referentiekaders kun je benoemen en informatie kan bij diverse personen die werkzaam zijn binnen de OR of bij de bestuurder worden ingewonnen. Het kan niet zo zijn dat medezeggenschappers niet willen praten met hun leidinggevende over hun werkzaamheden binnen de OR of commissie. Een beoordelingsgesprek is wellicht niet de juiste plaats om een en ander te bespreken maar het kan zeker in een persoonlijk ontwikkelingstraject besproken worden. Samen kan men het over eens worden welke referentiekaders er gebruikt gaan worden in het ontwikkelingstraject en hoe en wanneer deze zullen worden ingezet en geraadpleegd. Dit is niet alleen nodig voor de informatievoorziening voor de leidinggevende maar geeft ook een ander beeld over de medewerker dan wanneer er helemaal geen gebruik wordt gemaakt van informatie over de medezeggenschap. Veel voorkomende vooroordelen kunnen zo worden voorkomen.

Met mijn collega is het dus misgegaan maar het kan zijn dat in uw bedrijf hier wel een oplossing voor is gevonden. Veel potentiële OR kandidaten zullen zich nog wel eens bedenken om zich verkiesbaar te stellen voor een OR.

Inmiddels is de collega voor wat betreft zijn bezwaar in het gelijk gesteld en is het oordeel van de leidinggevende van tafel maar het kwaad is al geschied. De collega is per direct uit de medezeggenschap gestapt en dat betekent gezien zijn ervaring en inzet een flinke aderlating voor de medezeggenschap in het bedrijf in het algemeen. Hij heeft keuzes gemaakt en die zijn niet in het voordeel van de medezeggenschap uitgevallen. Maar wie neemt het hem kwalijk?

Toen het voor mij duidelijk werd dat ik geen lifetime membership van de OR en de Centrale Ondernemingsraad ambieerde, wat nogal eens gebeurt binnen de medezeggenschap, ben ik mij gaan oriënteren op een opleiding waarnaar mijn interesse naar uitging. Een opleiding waarbij ik mijn ervaring als medezeggenschapper kon gebruiken. Afgelopen jaar heb ik de opleiding HBO personeelsmanagement afgerond en ben ik met de voorbereidingen voor OAVM begonnen omdat ik het belangrijk vond mijn opgedane ervaringen te delen met u en om te proberen om misstanden als de situatie betreffende mijn collega aan de kaak te stellen. Dit is helaas geen incident en zo er zijn nog veel zaken voor verbetering vatbaar binnen de medezeggenschap.

Ik vind daarom dat we veel van elkaar kunnen leren door op een goede en prettige manier samen te werken en onze horizon te verbreden door onze netwerken uit te breiden. Dat is ook onder meer het idee achter OAVM. Mensen met elkaar in contact brengen waarbij ervaring en kennisoverdracht erg belangrijk is. Ik heb het meeste opgestoken van mijn netwerkcontacten waar ik nu nog steeds, vaak jaren later dan ons eerste contact, een goed contact mee heb. In de praktijk zie ik dit helaas te weinig terug. Zakelijkheid en snelheid van zaken doen lijken tegenwoordig belangrijker dan de menselijke factor. Veel contacten zijn eenmalig en van een langdurige relatie is vaak geen sprake.

In het algemeen heb ik een plezierige tijd gehad binnen de medezeggenschap. Ik heb in die tijd enorm veel geleerd over de organisatie en de medewerkers die er werken. Ik kan daarom iedereen aanraden, die de kans krijgt, zich eens verkiesbaar te stellen voor de OR of zich aan te melden voor een onderdeelcommissie. Met de juiste mentaliteit en doorzettingsvermogen en met de waardering van uw bestuurder en collegae gaat u een interessante leerschool doorlopen die belangrijk is voor uw eigen ontwikkeling en voor het verdere verloop van uw carrière.

Bent u al lid van een OR dan feliciteer ik u en wens ik u veel voorspoed en successen toe. Ik hoop dat OAVM u in de toekomst behulpzaam kan én mag zijn, en dat ik u regelmatig terugzie op mijn website.

Met vriendelijke groet,

Marc Habets