Op weg naar professionele medezeggenschap

Levensfasebeleid en demografische ontwikkelingen

Aangezien de inzetbaarheid van medewerkers verandert bij het ouder worden, heeft de vergrijzing gevolgen voor het personeelsbeleid. Het is belangrijk dat in dat personeelsbeleid rekening wordt gehouden met veranderingen in inzetbaarheid. Dat kan door het voeren van levensfasegericht personeelsbeleid.

In het levensfasegericht personeelsbeleid wordt rekening gehouden met verschillen tussen medewerkers in diverse levensfasen. Hierdoor blijven zij langer productief, gezond, gemotiveerd en betrokken. En deze effecten hebben weer een positieve bijdrage aan de geleverde productiviteit en het uiteindelijke bedrijfsresultaat.

Een duurzame optimale inzetbaarheid is dus een win-win aanpak, waarbij zij een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben. De inzetbaarheid van medewerkers verandert naarmate zij ouder worden. Dit hoeft niet per definitie te betekenen de inzetbaarheid van ouderen minder hoeft te zijn dan jongeren. Het is anders!

Bij de ontwikkeling van levensfasegericht personeelsbeleid staan de volgende pijlers centraal:

  • Levensfasegericht personeelsbeleid dient aan te sluiten op de organisatiedoelstellingen
  • Integratie in het reguliere personeelsbeleid.
  • Behandel vraagstukken zowel vanuit een bedrijfskundige als sociaal/psychologische invalshoek behandelen.
  • Committment van alle medewerkers, in woorden en daden.
  • Cultuur en leiderschapsstijl zijn cruciale kritische succesfactoren.

Bij de toepassing van alle personeelsinstrumenten dient consequent aandacht te worden besteed aan de relatie tussen levensfase en loopbaanfase van de betreffende medewerker, waardoor er maatwerk wordt geleverd. Verder is het van belang dat de gehele set van personeelsinstrumenten ook daadwerkelijk en gedurende iedere levensfase wordt ingezet, waardoor de medewerker gedurende zijn gehele loopbaan ‘in beweging’ blijft.

Levensfasegericht personeelsbeleid is vooral een kwestie van doen. Het voegt geen nieuwe, ingewikkelde theorieën of instrumenten toe, maar vraagt om bewustwording en (soms een andere) actie.

Momenteel is één op de zeven inwoners in Nederland ouder dan 65 jaar. In 2020 zal dit opgelopen zijn tot één op de vijf inwoners en in 2050 zelfs tot één op de vier. Tegelijkertijd hebben we te maken met ontgroening in Nederland; er komen steeds minder jongeren bij. Zie ook het persbericht van februari 2007 van het CBS. Het gemiddeld aantal kinderen per vrouw is de afgelopen jaren gedaald. Individualisering, emancipatie van vrouwen, een toenemende deelname van vrouwen aan het arbeidsproces en uitstel van de geboorte van het eerste kind dragen daaraan bij.

Meer ouderen aan de slag en ze blijven langer

Nederland vergrijst en dat geldt natuurlijk ook voor de beroepsbevolking. Door die hogere arbeidsdeelname stijgt het aandeel van oudere werknemers in de werkgelegenheid. De arbeidsdeelname van 50-plussers steeg van bijna 28 naar bijna 40 procent in de afgelopen jaren. De groei was het sterkst bij de 55-59 -jarigen, waar de arbeidsdeelname van 40 naar 55 procent steeg. Ook onder de 50-54 -jarigen en de 60-64 -jarigen was de stijging aanzienlijk. De gemiddelde uittreedleeftijd stijgt geleidelijk.

Kwart werkzame beroepsbevolking is 50-plus

Het aantal 50-plussers dat tot de werkzame beroepsbevolking behoort, is de afgelopen tien jaar met 60 procent toegenomen tot 1,6 miljoen. Dit komt deels door de vergrijzing en deels doordat ouderen vaker een baan hebben. Zij vormden in 2005 bijna een kwart van de werkzame beroepsbevolking.

Vergrijzing en toename arbeidsdeelname

De toename van het aantal 50-plussers die 12 uur of meer werken, hangt voor een deel samen met de vergrijzing. Tussen 1996 en 2005 nam het aantal personen van 50-74 jaar met een vijfde toe tot 4,3 miljoen. Ouderen hadden daarnaast ook vaker een baan. De arbeidsdeelname van 50-plussers steeg van bijna 28 naar 37 procent.

Sterkste groei bij 55-59 -jarigen

In alle leeftijdsgroepen boven 50 jaar nam de arbeidsdeelname toe. De groei was het sterkst bij de 55-59-jarigen, waar de arbeidsdeelname van 40 naar 55 procent steeg. Ook onder de 50-54-jarigen en de 60-64-jarigen was de stijging aanzienlijk.

Toename oudere vrouwen in werkzame beroepsbevolking

Was in 1996 bijna 28 procent van de werkende ouderen een vrouw, in 2005 is dat opgelopen tot 36 procent. De sterkste groei in arbeidsdeelname vond plaats bij de 50-54-jarige vrouwen: een toename van 20 procent tot 56 procent. Toch werken oudere mannen nog beduidend vaker dan oudere vrouwen.

Werkende 65-plusser vaak zelfstandige

Onder 65-plussers bleef de arbeidsdeelname ondanks een lichte stijging gering. Degenen die werken zijn naar verhouding vaak zelfstandigen, zoals landbouwers en winkeliers. Van de werkende 65-plussers was 63 procent zelfstandige, tegen 17 procent van de 50-64 -jarigen.

Boven 65 jaar meestal kleine banen

Een groot deel van de 65-plussers die betaalde arbeid verrichten, heeft een kleine baan. In 2005 had bijna de helft van hen een baantje van minder dan 12 uur per week; van de 50-64 -jarigen was dat nauwelijks een op de tien. Een op de vijf werkende 65-plussers had nog een voltijdbaan. Het betreft een kleine groep: 21 duizend mensen.

Het kabinetsstandpunt "Stimuleren langer werken van ouderen", dat op 29 april 2004 aan de Tweede Kamer is aangeboden, geeft aan welk beleid door de overheid is ontworpen speciaal om het langer doorwerken van oudere werknemers te stimuleren. Hiervoor is voor de periode van 4 jaar (2004 t/m 2007) een budget van 27,8 miljoen Euro beschikbaar. Naast dit specifieke beleid zijn er ook algemene maatregelen getroffen door SZW om de arbeidsparticipatie in zijn algemeen te bevorderen. Meer informatie over de algemene maatregelen leest u hier.

Meer ouderen aan het werk

De doelstelling van de overheid is dat in 2007 40% van ouderen (55-64 jaar) aan het werk is. Dit is in 2005 al bijna behaald (39,7) vooral doordat er in de afgelopen decennia meer vrouwen zijn gaan werken. Voor 2010 is het streefcijfer dat 45% van ouderen (55-64) werkt. Dat betekent er in de periode 2006-2010 ruim 200.000 ouderen extra aan het werk moeten blijven.

Werkloze ouderen weer aan de slag

De werkloosheid onder ouderen (55-64) is nu 5%. Verborgen werkloosheid onder ouderen is zichtbaar geworden. Doordat de 'gunstige' uittreedroutes en afvloeiingsregelingen er minder zijn. Maar nog steeds is de 5% lager dan het gemiddelde werkloosheidspercentage van 5,6% (periode maart-mei 2006). Geteld worden alleen de werklozen die een baan zoeken van ten minste 12 uur per week en ook daadwerkelijk actief zoeken.

Als ouderen werkloos worden, blijven ze gemiddeld dat ook langer. Vooroordelen bij de werkgevers enerzijds, maar ook achterstanden in de inzetbaarheid van de oudere werkzoekende zijn hier debet aan. Voor 2006 hebben CWI en UWV een plan om de inzet en inzetbaarheid van oudere werkzoekenden te verbeteren om toekomstige knelpunten op de arbeidsmarkt te voorkomen.

Onderzoeken

In 2005 is er gemeten (Ecorys in opdracht van SZW) hoe de houding en het gedrag onder de potentiële beroepsbevolking en werkgevers is over arbeidsparticipatie van ouderen. Klik hier voor het onderzoeksrapport Werkt grijs door?. Een tweede meting wordt gedaan in 2006 en zal najaar 2006 gepubliceerd worden.

In de tweede helft van 2006 wordt onderzoek gedaan (SZW) naar 'Perspectief op langer werken' in CAO's. De resultaten van het onderzoek zijn voorjaar 2007 beschikbaar.

Aandacht voor oudere werkzoekenden

De integratie van oudere werkzoekenden op de arbeidsmarkt heeft te lang te weinig aandacht gehad. Terwijl het belang van arbeidsparticipatie van ouderen gelukkig steeds duidelijker wordt. Nu de sollicitatieplicht voor oudere werkzoekenden weer van stal is gehaald, blijkt dat het voor hen vaak somber gesteld is met de kans op nieuw werk. Hoogste tijd dus om het re-integratieproces van ouderen te versterken. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft onderzoek gedaan naar succesvolle re-integratiemethoden voor oudere werkzoekenden. Het leesbare rapport "Re-integratie van oudere werkzoekenden, Lessen uit de eerste good practices, september 2006" bevat 7 adviezen om beleid een praktijk van re-integratie van ouderen effectiever in te richten.

Bron: 2e Voortgangsrapportage "Stimuleren langer werken van ouderen" van SZW aan de Tweede Kamer, juni 2006

Hoe vangt uw branche de gevolgen van de vergrijzing op? Maakt u zich sterk voor het behouden van oudere werknemers?

Dan kunt u als brancheorganisatie gebruik maken van de ‘tijdelijke subsidieregeling stimuleren leeftijdsbewust beleid’. En een flinke subsidie ook: € 40.000,-.

Meer informatie? Kijk op www.agentschapszw.nl.